Stuur deze pagina door naar een vriend of vriendin


 

 

PDF E-mail Print

Het verhaal van Marry, moeder van Mariëtte

De sociale omgeving van iemand met een depressie kan een grote rol spelen. Steun van familie en vrienden kan zorgen dat iemand beter herstelt. Maar iemand met een depressie helpen is vaak heel moeilijk. In dit interview vertelt Marry hoe zij omging met haar dochter Mariëtte, die als tiener een eetstoornis had en diverse depressieve perioden doormaakte.

“Ik voelde dat ze niet verder wilde. Maar ze zei het nooit en wilde er niet over praten”

Mariëtte was 13 jaar toen ze slecht begon te slapen, heel chagrijnig was, overdag erg duf en het liefst bleef ze de hele dag in bed liggen. Haar moeder Marry begreep het eerst niet en dacht dat problemen op school de oorzaak waren. “We hebben de situatie toen volledig onderschat”. Er werd via school hulp gezocht, maar dat had eigenlijk onvoldoende effect.

“Ze genoot eigenlijk nergens meer van. Zelfs naar opa en oma gaan – wat ze altijd erg gezellig vond – vond ze niet meer leuk. Praten met haar was een  hele moeilijke opgave. De gesprekken liepen moeizaam. Ze sloot zich volledig op in haar eigen wereld.“

Eetstoornissen

Mariëtte kreeg daarbij ook last van eetstoornissen. Ze vond zichzelf te dik. “Dikwijls werd ik ontzettend kwaad op haar. Soms gooide ik het eten weg en één keer smeet ik zelfs haar bord kapot. De onmacht die je als moeder voelt… Zelfs al had ik het aller-lekkerste eten klaargemaakt, dan had ik haar nog niet gelukkig kunnen maken.”

Over haar eetstoornissen konden Marry en haar dochter nog wel eens praten, dan was soms de druk van de ketel. “Maar op een gegeven ogenblik had ik de behoefte om er met anderen over te praten! Ook over haar depressiviteit. Ik ben daarover heel open geweest tegen anderen: familie, mensen uit de buurt. Mariëtte was daar niet altijd even blij mee, maar ik moest het gewoon delen met anderen.”

Niet meer willen leven

Over de depressiviteit praatten moeder en dochter niet. Er zat een soort taboe op: “In het begin hebben we de depressiviteit niet onderkend. Toen de diagnose gesteld was, kreeg ze antidepressiva. Ik begon destijds (Mariëtte was toen ongeveer 16 jaar) duidelijk te voelen dat ze niet meer wilde leven. Dat was zo’n angstige gedachte. Ik probeerde dat weg te stoppen, maar als ze weg ging, dacht ik steeds weer:  ‘ze komt toch wel thuis’? En als ze dan thuiskwam, was ik vreselijk opgelucht. Maar ja, dat wilde ik dan ook weer niet te veel laten blijken…”

De laatste depressieve periode is nog niet zo lang geleden beëindigd. Mariëtte is nu een 23-jarige studente logopedie die op kamers woont. “Ze is erg sterk uit die laatste strijd gekomen. Ze heeft leren praten in een zelfhulpgroep. Daar ben ik erg blij mee. Ze heeft ook haar eetstoornis onder controle. Als moeder wil je toch dat het goed gaat met je kind. Maar je bent en voelt je dikwijls zo machteloos.”

Moedeloos

“Wanneer ik me zo moedeloos voelde dan trok ik me terug met een goede thriller. Hoe enger hoe beter. Dan kun je met je eigen fantasie aan de slag. Maar ook fietsen en wandelen bracht me vaak verlichting. Het maakte mijn hoofd leeg. Zeker als er aan tafel weer de nodige emoties naar boven kwamen.”

Marry weet sinds mei 2006 dat haar zoon een autistische aandoening heeft. “Communicatie is zo belangrijk. Hoe praat je met elkaar? Ik denk  weleens: als we meer of beter met elkaar hadden gepraat, zou het dan met Mariëtte anders zijn gelopen? Maar ach, misschien is het allemaal helemaal niet te beïnvloeden.”